Pardon

Pardon

‘Ik wil geen sap verkopen dat uit 20% fruit bestaat.’ En zo is het. Wat ik doe, moet echt zijn. Maar ja: wat is echt? Wie bepaalt dat? 2019 was het jaar waarin ik erachter kwam dat er maar één criticaster is waar je naar moet luisteren, en dat ben je zelf.

Jarenlang heb ik dingen gedaan die niet goed voelden, die tegen beter weten ingingen. Met drie volle tassen naar een kledingruilparty gaan bijvoorbeeld, omdat ik zo nodig circulair wil leven. Maar wanneer je dan drie uur later – onnoemelijk veel thee, baarmoederpraat en vieze glutenvrije koekjes verder, thuiskomt met he-le-maal niks, slaat toch de twijfel toe. ‘Dit had ik dus niet moeten doen.’

Ook aan Facebook ben ik gaan twijfelen. Het is mijn allergie geworden. Wat een kutmedium is dat. Ik werd er, na een reactie op een politiek gevoelige post, uitgemaakt voor ‘aandachtzoeker’. De verwijter in kwestie wilde mij scharen onder de groep ‘mensen die hard schreeuwen omdat ze zelf eigenlijk niet veel meer dan een burgerlijk leven leiden.’ Prima.

Enkele contactpogingen waren van seksuele aard. Dwingend. Wanhopig. ‘Dan moet je maar niet op Facebook zitten.’ Klopt, daar hebben ze een punt. Maar ja: hoe zet je jezelf in de schijnwerpers als ondernemer zonder sociale media? Dat bestaat niet. ‘Ik moet er zijn’. Dus zo gebeurde het dat ik schrijfverzoeken kreeg van ondernemers die mij voor een tientje per uur wilden laten schrijven. En als extra verwennerij – nou nou: een opgedrongen lunch. ‘Ik heb allemaal lekkere, verse spullen in huis gehaald voor morgen. Je laat me er toch niet alleen mee zitten?’ las ik dan in een privébericht. Geen idee dat ik een lunchafspraak had gemaakt.

Dingen een kans geven. Ook zoiets. Sommige dingen moet je helemaal geen kans geven; die zijn gewoon niet leuk.

Nee, in 2020 doe ik het anders. In het nieuwe jaar volg ik alleen nog maar mijn onderbuikgevoel. En weet je, daar is eigenlijk nooit iets mis mee geweest. Als iets niet oké voelt, is dat het ook niet. Een baard trim je ook niet met een heggenschaar. Wanneer iemand jou een naar gevoel geeft, is dat zo. ‘If men define situations as real, they are real in their consequences’ (Goffman). En dan zijn de issues van die ander echt ondergeschikt aan jouw gevoel. Niks egocentrisch aan; gewoon waar.

Dus ga ik in 2020 op filosofievakantie. Ik ga schrijven alsof mijn leven ervan afhangt – wat in zekere zin ook zo is. Ik ga mijn nachtmerries en demonen omarmen, want welke aartsvijanden hebben nog zin in strijd als je het met ze eens bent? Ik ga mijn ondernemersdrift niet in een of ander programmaatje vol van Amerikaanse bullshit gieten. Ik ga mijn kat vaker knuffelen. Mijn teerbeminde liefkozen. Mijn verhalen delen. Mijn neus ophalen voor hen die minachten en zeiken.

Niets zo verneukeratief als je schamen. Dikke vinger voor iedereen die vindt dat je met vetrollen geen legging mag dragen, of het wiel niet opnieuw mag uitvinden. Wiens wiel is het? Het jouwe? Schei toch uit, de moderne scootmobiel heeft er ook vijf. Want vijf wielen zijn veiliger dan drie en comfortabeler dan vier. Of zoiets.

Ik wens iedereen een minder hoge bloeddruk en wat meer relativeringsvermogen toe voor het nieuwe jaar. Daar hebben we tenminste wat aan.

Liefs.