Een panty vol

Een panty vol

Ik ben geen groepsdier. Nooit geweest. Dat maakt het schrijversvak logisch, maar een schrijversvakantie ingewikkeld. Laat staan een reünie voor deelnemers van een schrijfvakantie. Laatst had ik er een. Mijn oren suisden van de ellende. Klein ongemak en doorgemaakt infarct, valse bescheidenheid en betweterij. Om te ontsnappen aan de pratende schrijvers – het ene talent garandeert het andere niet – ging ik even naar de wc. En daar ging het mis.

Soms ga ik uit pure wanhoop naar het toilet. Dan pak ik daar mijn rustmomentje. 

Misschien goed te vermelden dat de reünie plaatsvond in een oud schoolgebouw. Granieten vloeren, betegelde muren, grote trappen met onhandige traptreden die je niet in één stap en ook niet lekker in twee stappen neemt, donkere gangen, tochtige lokalen met van die hoge ramen van enkel glas. Meterslange rijen jashaken. Vitrinekasten met oude atlassen en schrijfgerei. Ik zocht het toilet. En daar, in het ontvangsthalletje, het sluisje van de dames-wc, stond ze. Met een panty vol.

Poepen doen we allemaal. Maar niet overal. Toch? 

Een jaar of twintig. Een zwarte panty, een bordeauxrode slip. Rijglaarsjes aan haar voeten. Op de – ook weer betegelde – vensterbank naast haar een openstaande tas, een berg wc-papier en een giechelende vriendin. Wat zag ik hier? Een wijdbeens staand meisje. Een oepsmomentje. Een kinky avontuurtje. Feitelijk beschreven zag ik vooral stront. Poep. Hele klonten. En een hand die de bruine materie uit string en panty schepte. En op de stapel wc-papier kwakte.

Was ze zich hier even lekker aan het bezoedelen zeg.   

Vanachter de deur van het toilethokje waar ik mijn kleine boodschap deed, hoorde ik de veeg- en schepgeluiden. En ook het gesprek in een taal die Pools aandeed. Ze leken niet te lachen, maar zich vooral ook niet te schamen. Bij het verlaten van de wc zag ik dat de grote stapel bruine en witte vellen verdwenen was. De meisjes nog niet. Waar was die stapel heen? In de prullenbak onder de wastafel waar ik nu mijn handen aan stond te wassen?

Het was alsof ik de rest van de middag kak rook. Zoals wanneer je net in een hondendrol bent gestapt en niet alles uit je profielzool krijgt gepulkt.

Terug aan tafel bij de orerende schrijvers. Tijd om onze bevindingen samen te vatten, en de aanwezigen goede schrijftips mee te geven. De microfoon verschijnt bij mijn mond. Ik licht een tipje van de sluier door anderen aan te moedigen vooral ook even naar het toilet te gaan. ‘Je doet er verrassende inspiratie op.’ Geen reactie: afgezien van de juf, wist niemand waar ik het over had. ‘Geeft niet: ik vertel het verhaal later nog wel eens.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *